Узнайте, как использовать droegen в предложении на нидерландский. Более 18 тщательно отобранных примеров с переводами. Работает на Mate.
De overvallers droegen allen een masker.
Ze droegen allen zwart.
Romeinen droegen toga's.
De Romeinen droegen toga's.
Vikingen droegen niet echt helmen met hoorns.
Veel studenten werden geschorst omdat ze geen schooluniform droegen.
Ze droegen oranje.
Tom en Maria droegen kerstmutsen.
Tom en Maria droegen hun schooluniformen niet.
Tom en ik droegen elkaars kleding.
Alle jongens droegen handschoenen.
Toen ik een kind was, droegen meisjes linten in hun haar en op hun jurk.
Mary en Alice droegen allebei een blauwe rok.
Tom zag dat alle andere jongens stropdassen droegen.
Tom en ik droegen beide zwarte jassen.
De dieven droegen handschoenen.
Volgens mij was het gewoon toevallig dat Tom en Mary dezelfde kleur kleding droegen.
In de Victoriaanse tijd droegen vrouwen een corset.