Apprenez à utiliser tim dans une phrase en Néerlandais. Plus de 14 phrases d'exemple sélectionnées avec traductions. Adapté au mobile et gratuit. Propulsé par Mate.
"Hou op te bedelen om een koekje, Tim," zei zijn moeder. "Je weet het: 'Kinderen die vragen, worden overgeslagen.'"
We noemden de hond Tim.
Ik kan Tim niet vinden.
Tim schrijft als een linkshandige.
Tim is de tweelingbroer van Tom.
Tim schrijft alsof hij linkshandig is.
Hij is Tim.
Toms broer Tim is een tovenaar die bang is voor konijnen.
Tim is linkshandig.
Tim is het zwarte schaap van de familie Jones.
Ik kan Tim niet vinden. Is hij al weggegaan?
Ik kan Tim niet vinden. Is hij al vertrokken?
Eva is net zo groot als Tim.
Voor Robin is niemand zo belangrijk als Tim.