Apprenez à utiliser ober dans une phrase en Néerlandais. Plus de 21 phrases d'exemple sélectionnées avec traductions. Adapté au mobile et gratuit. Propulsé par Mate.
Ober! Breng me alstublieft wat water.
Mary beledigde de ober.
Ik heb drie jaar als ober gewerkt.
„Ben je zeker dat je een wijnfles wilt en geen fles wijn?”, vroeg de ober.
Vergeet de ober geen fooi te geven.
De persoon die een maaltijd opdient noemt men een kelner of ober.
Ober, twee bier alstublieft, grote.
Ober! Ik heb een mes nodig.
Ober, ik heb een lepel nodig.
Ober, ik heb een servet nodig.
Ober, drie koffies, alstublieft.
Hij is ober en acteur.
Ober, ik zou graag willen bestellen.
Ik werkte als ober toen ik student was.
Tom werkt nog steeds als ober.
Ik ben uw ober.
De ober ziet ons niet.
Waar is de ober?
De ober kwam met een nieuw bord.
We moeten fooi achterlaten voor de ober.
Ober, mag ik de rekening?