Lernen Sie, wie man vaat in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 14 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Ik doe meestal de vaat.
Jij doet de vaat, Ben.
Ze heeft de vaat gedaan.
De gootsteen staat vol met vuile vaat.
Ze heeft de vaat niet gedaan.
Tom, kan jij de vaat doen terwijl ik met Maria in de tuin ga?
Tom is net met de vaat klaar.
Hij gaat de vaat afwassen.
Ik doe de vaat wel.
Doe de vaat.
Ik doe de vaat.
Tom doet de vaat.
Hij helpt me nooit met de vaat. Hij is te lui.
Ik heb de vaat al gedaan.