Lernen Sie, wie man sauna in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 13 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Sauna doet goed.
De sauna is de apotheek van de armen.
Ben je in de sauna?
Bent u in de sauna?
Zijn jullie in de sauna?
Sami was in een sauna.
Tom is in de sauna.
Heeft dit hotel een sauna?
Er is een sauna en een zwembad.
Ze gaat graag naar de sauna.
In Finland heeft bijna iedereen een sauna in huis.
Tien jaar geleden bouwde de juwelier in zijn woning een infrarode sauna die hoofdzakelijk uit barnsteen bestond.
Ik ga naar de sauna.