Lernen Sie, wie man parfum in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 25 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Dat parfum ruikt lekker.
Dit parfum ruikt lekker.
Vrouwen gebruiken parfum omdat de neus makkelijker te verleiden is dan het oog.
Draag je parfum?
Draagt u parfum?
Sami was parfum aan het spuiten.
Hij kon haar parfum ruiken.
Bevalt deze parfum je?
Is dat een nieuwe parfum?
Ik hou van Maria haar parfum.
Ik hou van Maria's parfum.
Sami maakt zijn eigen parfum.
Sami's parfum was gestolen.
Heb je ooit dit parfum geroken?
Heeft u ooit dit parfum geroken?
Hebben jullie ooit dit parfum geroken?
Maria draagt altijd te veel parfum.
Ik besloot geen parfum te kopen.
Maria draagt vaak te veel parfum.
Maria deed te veel parfum op.
Tom kon Maria's parfum ruiken.
Is dat een nieuw parfum?
Bevalt dat parfum je?
Zij gebruikt een parfum dat je van honderd meter afstand kan ruiken.
Het parfum van tijm en lavendel volgt jongedames, het parfum van gerookte brem volgt gehuwde vrouwen.