Lernen Sie, wie man overnachten in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 15 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Mogen we bij jou overnachten?
We hebben een plek nodig om te overnachten.
Je kunt bij ons overnachten.
Je kan bij ons overnachten.
Ik wil overnachten in het Hilton Hotel.
Ik wil overnachten bij het Hilton Hotel.
Je kan hier overnachten als je dat wilt.
Wil je in een hotel overnachten?
"Waar zullen jullie overnachten?" - "We zullen in het hotel slapen."
We kunnen in dat hotel overnachten.
Tom zegt dat hij hier twee of drie nachten kan overnachten.
Je kunt hier overnachten.
Kan ik bij jullie overnachten?
Kan ik bij u overnachten?
Kan ik bij jou overnachten?