Lernen Sie, wie man ophalen in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 34 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Ik kom u bij u ophalen om vijf uur.
Waar moet ik mijn bagage ophalen?
Waar kan ik mijn bagage ophalen?
Kom je me ophalen?
Kun je helpen met het ophalen?
Tom komt me ophalen.
Kun je Tom ophalen?
We komen je ophalen.
Ze kwam me ophalen.
Hoe laat kom je me ophalen?
Ik moet de kinderen gaan ophalen.
Ik moet de kinderen ophalen.
Ik moet Tom gaan ophalen van school.
Wanneer komen ze het vuilnis ophalen?
Kom me ophalen.
Afvalscheiding vergemakkelijkt het ophalen.
Kan ik je ophalen?
"Waar ga je naartoe?" "Ik ga je broer ophalen."
"Waar ga je heen?" "Ik ga jouw broer ophalen."
Zijn moeder kwam hem ophalen.
Op deze druilerige zomerochtend is Martin op zijn boot, de Lucky Catch, fuiken aan het ophalen in Casco Bay, aan de zuidkust van Maine.
We zullen hem ophalen.
Ik zal vrijdag het pakketje ophalen.
Waarom moet ik Tom ophalen?
Tom komt me vanavond ophalen.
Je moet het ophalen.
Tom zal me komen ophalen.
Ik heb ze al laten ophalen.
Moet ik je ophalen?
Moet ik u ophalen?
Laten we je knuffels ophalen!
Ik zal ze ophalen.
Hoe laat komt de bus ons ophalen?
Hoe laat wil je dat ik je kom ophalen?