Lernen Sie, wie man onaangenaam in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 14 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
De oudere geleek zo op haar moeder door haar karakter en aangezicht, dat iedereen die haar zag kon denken dat hij de moeder zag; ze waren allebei zo onaangenaam en zo fier, dat men er niet kon mee samenleven.
Een onaangenaam gevoel is nooit goed.
Wat daarna volgde was onaangenaam.
Weinigen kunnen geloven dat lijden, vooral door anderen, tevergeefs is. Alles wat onaangenaam is, moet ongetwijfeld gunstige economische gevolgen hebben.
Tom vindt het onaangenaam om over zijn gevoelens te praten.
Er heerste een onaangenaam zwijgen.
Zijn moeder is nogal onaangenaam.
Ze zijn nogal onaangenaam, nietwaar?
Zij zijn nogal onaangenaam, nietwaar?
Tom is heel onaangenaam.
Veel mensen vinden Toms abrupte manier van doen onaangenaam.
Zij is buitengewoon onaangenaam.
Het was uiterst onaangenaam.
Je bent onaangenaam.