Lernen Sie, wie man omgaan in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 39 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Kun jij omgaan met de manier waarop hij zich gedraagt?
Om computerlinguïstiek te kunnen studeren moet men meerdere talen kennen, maar ook goed met computers kunnen omgaan.
Ze kan niet met spanning omgaan.
Hij kan goed met mensen omgaan.
Je zult met die moeilijke problemen moeten omgaan.
Ga om met de anderen, zoals je wil dat de anderen met jou omgaan.
We moeten allemaal leren omgaan met deze situatie.
Ze kan goed met kinderen omgaan.
Ze kan wonderbaarlijk goed met kinderen omgaan.
Hoe gehinderd ze met elkaar omgaan met behulp van vertalers.
De leraar kan goed met zijn leerlingen omgaan.
Tom kan goed met cijfers omgaan.
De Japanse regering kan met het probleem niet omgaan.
We moeten hier nu mee omgaan.
Ik weet niet hoe ik met Tom moet omgaan.
Hoe omgaan met milieuvervuiling is een serieus probleem.
Tom kon goed met mensen omgaan.
Ik moet hier zelf mee omgaan.
Sommigen van hen konden niet omgaan met de druk.
Sommigen van hen konden met de druk niet omgaan.
Ik merk dat ik me niet vertrouwd voel bij mannelijke vrienden. Moet ik niet meer met ze omgaan?
Hij kan niet met verantwoordelijkheid omgaan.
Tom weet hoe hij met paarden moet omgaan.
Nooit met een draak omgaan en nooit een elf vertrouwen!
Tom kan niet met stress omgaan.
Tom kan niet met druk omgaan.
Kun je met een vuurwapen omgaan?
Ik kan niet omgaan met zijn woede.
Wie kan het best met dit probleem omgaan?
Wie kan er het best met dit probleem omgaan?
Met Tom is het erg moeilijk omgaan.
Ik vrees dat je met de pijn moet leren omgaan.
Tom weet hoe hij met de situatie moet omgaan.
Met Ziri was het moeilijk omgaan.
Het was moeilijk omgaan met Ziri.
Ik weet niet hoe ik met jou moet omgaan.
Kunnen we minstens met elkaar leren omgaan?
Tom kan niet met een kompas omgaan.
Daan en Lilian kunnen moeilijk met elkaar omgaan.