Lernen Sie, wie man jouwe in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 35 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Mijn plan verschilt van het jouwe.
Dit woordenboek is net zo nuttig als het jouwe.
Mijn horloge is preciezer dan het jouwe.
Mijn stokbrood is groter dan het jouwe.
Zijn idee is beter dan het jouwe.
Het gras van je buurman is altijd groener dan het jouwe.
Deze oude wagen is de jouwe als je hem wilt hebben.
Dit is mijn land, niet het jouwe.
Mijn fiets is een pak nieuwer dan de jouwe.
Mijn moeder is drie jaar ouder dan de jouwe.
Mijn badge is groter dan de jouwe.
Mijn huis is net als het jouwe.
De mijne is groter dan de jouwe.
Het is mijn schuld, niet de jouwe.
Is dat haar tas of is dat de jouwe?
Is dat haar tas of de jouwe?
Laat me de jouwe zien!
De jouwe is daar.
Haar stem klinkt beter dan de jouwe.
Ik zie de jouwe, maar waar is de mijne?
De mijne is beter dan de jouwe.
De mijne is niet zo goed als de jouwe.
De jouwe is groter dan de mijne.
Welk huis is het jouwe?
Mijn camera is anders dan de jouwe.
Mijn hond is kleiner dan de jouwe.
Telkens als ik een afwijkende mening verkondig, zeg je dat mijn mening volgens jou onjuist is. Dat misschien, integendeel, mijn mening juist is en de jouwe verkeerd, heb je ooit aan deze mogelijkheid gedacht?
Ik schrijf met de jouwe.
Mijn plan is beter dan het jouwe.
Ik heb een geweldige vakantie gehad. Hoe was de jouwe?
Als je de jouwe vindt, wil je niet eens meer naar de andere kijken.
Ik heb mijn boeken gevonden, maar jij hebt de jouwe niet gevonden.
De jouwe is hier, maar waar is de mijne?
Wiens idee was dit? Het jouwe?
Wier idee was dit? Het jouwe?