Lernen Sie, wie man haan in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 15 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Elke haan heerst alleen op eigen erf.
Het sieraad van de haan is de kam.
De twaalf dieren van de Chinese dierenriem komen van elf diersoorten die in de natuur voorkomen, met name de rat, os, tijger, konijn, slang, paard, geit, aap, haan, hond en varken, en ook de legendarische draak; ze worden als kalender gebruikt.
De koe zegt "boe", de haan zegt "kukelekuu", het varken zegt "knor", de eend zegt "kwak" en de kat zegt "miauw".
De haan kraait bij dageraad.
Er kraait geen haan naar.
Tom heeft een enorme haan.
De koe loeit, de haan kraait, het varken knort, de eend kwaakt en de kat miauwt.
Iedere morgen kraait de haan.
Een halve haan met friet, alstublieft.
Het dozijn dierentekens in de Chinese dierenriem komen van de elf soorten dieren die in de natuur voorkomen: de rat, de stier, de tijger, de haas, de slang, het paard, het lam, de aap, de haan, de hond, en het varken - en de mythische draak; ze worden gebruikt als een kalender.
De haan kraait.
Probeer een hond, een kat of een haan te krijgen.
Een goed idee is als een haan in de ochtend. Andere hanen kraaien meteen mee.
De haan is erg dapper in zijn tuin.