Lernen Sie, wie man godsnaam in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 30 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Hoe hebt ge in godsnaam zo iets kunnen doen?
Wat ben je godsnaam aan het doen?
Verdorie, waar heb ik godsnaam mijn sleutels neergelegd?
Wat gebeurt er hier in godsnaam?
Wat doe jij hier in godsnaam?
Wat is er in godsnaam mis met jou?
Wat is in godsnaam überhaupt het doel van wenkbrauwen?
Wat was je in godsnaam aan het doen?
In godsnaam, waarom kan hij gewoon niet van zijn hart een steen maken en eindelijk een beslissing nemen?
In godsnaam!
Waar heb ik hem in godsnaam verstopt?
Waar heb ik haar in godsnaam verstopt?
Waar heb ik het in godsnaam verstopt?
Waar heb ik het in godsnaam gelegd?
Waar heb ik haar in godsnaam neergezet?
Waar heb ik hem in godsnaam neergezet?
Waar heb ik hem in godsnaam gelegd?
Waar heb ik haar in godsnaam gelegd?
Tom! Wat doe je in godsnaam, man?
Wat doe je in godsnaam, man?
Wat is dit in godsnaam?
Wat is dat in godsnaam?
Waar was je in godsnaam gisternacht?
Hou daar in godsnaam mee op!
In godsnaam, ik kan je niet uitstaan!
Waar denk je in godsnaam aan?
Wie ben jij in godsnaam?
Wees toch in godsnaam aardig tegen hem.
Wat probeer je in godsnaam te doen?
Waarover hebben jullie het in godsnaam?