Lernen Sie, wie man bushalte in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 37 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
In dit vreemde land zaten de mensen op de bushalte rustig op hun hurken op de bus te wachten.
De bushalte is hier tien minuten lopen vandaan.
Waar is de bushalte?
Kunt u mij de weg naar de bushalte wijzen?
De bushalte is te voet op vijf minuten van hier.
De bushalte is aan de overkant van de straat.
In de buurt van onze school is een bushalte.
Kun je me de weg naar de bushalte tonen?
Dat is de bushalte.
Waar is de bushalte voor het museum?
Laat me de weg naar de bushalte zien.
Hun huis ligt juist tegenover de bushalte.
Recht over de bushalte was er ooit een restaurant.
Toon me de weg naar de bushalte.
Tom vroeg zich af hoeveel minuten het hem zou duren om naar de bushalte te rennen.
Ik zal wachten aan de bushalte.
Ik haastte me naar de bushalte, zodat ik de laatste bus niet zou missen.
Ik moet binnenkort naar de bushalte gaan.
Elke ochtend wacht Tom me op bij de bushalte.
Tom wacht me elke ochtend op bij de bushalte.
De bushalte is op vijf minuten lopen van hier.
Ik zal wachten bij de bushalte.
Tom staat bij de bushalte te wachten.
Vertel me alsjeblieft waar de bushalte is.
Vertel me alstublieft waar de bushalte is.
Ik weet niet waar de bushalte is.
Wacht er iemand bij de bushalte?
Ik was net op tijd bij de bushalte.
Dit is een bushalte.
Waar is de dichtstbijzijnde bushalte?
Ik haastte me naar de bushalte om de laatste bus niet te missen.
Ik had haar per ongeluk ontmoet bij de bushalte.
Een bushalte is een plaats waar een bus passagiers in en uit laat stappen.
Mijn huis is vlakbij een bushalte.
Er is een bushalte in de buurt.
Het was pikdonker bij de bushalte.
Tom stapte bij de volgende bushalte uit.