Apprenez à utiliser hamburger dans une phrase en Néerlandais. Plus de 19 phrases d'exemple sélectionnées avec traductions. Adapté au mobile et gratuit. Propulsé par Mate.
Er gaat niets boven een hamburger met friet.
De firma verkocht een hamburger van 100 yen en een koffie van 120 yen en trok vele klanten aan.
Ik at een hamburger.
Tom at een hamburger.
Geef me alsjeblieft een hamburger.
Die hamburger was heel lekker.
Mag ik deze hamburger eten?
Ik wilde alleen een hamburger.
Wil je een hamburger?
Wilt u een hamburger?
Willen jullie een hamburger?
Ik heb een hamburger voor je besteld.
Ik heb de hamburger niet gegeten.
Hij heeft nooit een hamburger gegeten.
Tom at een hamburger met patat.
Ik heb een hamburger gegeten bij McDonald's.
Als we uit eten gaan bestel ik altijd een hamburger.
Ik had een hamburger voor lunch.
Beschuldig mij niet van losbandigheid omdat ik een hamburger bestelde.