Apprenez à utiliser bakker dans une phrase en Néerlandais. Plus de 22 phrases d'exemple sélectionnées avec traductions. Adapté au mobile et gratuit. Propulsé par Mate.
De bakker is geweldig. Ik zie wel brood in hem.
Ik ben een bakker.
Ik heb een brood gekocht bij de bakker.
Ik ben naar de bakker geweest.
De bakker is een goede mens.
Onze mensen gaan niet met de taxi naar de bakker.
Komt voor de bakker.
Waar is de bakker?
De bakker is degene die het brood verkoopt.
Ga even wat brood halen bij de bakker!
Het brood van deze bakker is uitstekend.
Ik kocht bij de bakker een brood.
Ik koop mijn brood nooit in de supermarkt. Ik ga naar de warme bakker.
De bakker zit op de hoek.
Mijn man is bakker.
Deze bakker gebruikt alleen natuurlijke zuurdesem.
De bakker bakt brood.
Ik ga bij de bakker brood halen.
Ik kon de kersentaart bij de bakker niet weerstaan.
Wat ik denk is dat de bakker het heeft gedaan.
De bakker bakt een oliebol.
Het hondje van de bakker heeft vies gedaan.