Aprenda a usar jack en una frase en neerlandés. Más de 36 frases de ejemplo seleccionadas a mano con traducciones. Gratis y adaptado a móviles. Con la tecnología de Mate.
Ik heet Jack.
Jack, doe niet zo wild.
Jack zou zijn zus nooit meer zien.
Jack vit altijd op anderen. Daarom mijdt iedereen hem.
Dat is niet de fout van Jack.
Misschien spreekt Jack ook Spaans.
Jack verzamelt postzegels.
Jack is op 10 augustus geboren.
Jack werd uitgelachen door al de jongens.
Jack is niet hier.
Jack is hier niet.
Jack ruilde de koe voor de zaden.
Maria zwemt ongeveer net zo snel als Jack.
Hoelang ken je Jack al?
Jack rijdt niet snel.
Jack gelijkt op zijn vader.
Hard werken maakte Jack tot wie hij is.
Jack en Bill waren erg goede vrienden.
Jack werd de tiende augustus geboren.
Jack werd op tien augustus geboren.
Jack werd door alle jongens uitgelachen.
Jack is een vroege vogel.
Mijn naam is Jack.
Jack is drie jaar ouder dan ik.
Jack lijkt op zijn vader.
Jack White en Karen Elson zijn gescheiden.
Tom verklaarde zichzelf de zoon van Jack the Ripper.
Hij zal het aan Jack geven.
Tom draagt een leren jack.
Hier is Jack.
Jack is geïnteresseerd in schilderen.
Op Jack kan je rekenen.
Jack veegde het stof van zijn jas.
Ik ben Jack.
Hard werken heeft Jack gemaakt tot de man die hij is.
Mijn oma weet niet wie Jack Sparrow is.