Lernen Sie, wie man zongen in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 21 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Zoals de ouden zongen, piepen de jongen.
Zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen.
Vogels zongen in het bos.
John speelde gitaar en zijn vrienden zongen.
We zongen samen de Esperanto-hymne.
We zongen met luide stem.
Tom en zijn vrienden zaten rondom het kampvuur en zongen liedjes.
Ze zongen de hele nacht.
De vogels zongen in de bomen.
Ze zongen graag liedjes.
Ze zongen.
Jullie zongen.
We zongen.
De vogels zongen.
Tom en Mary zongen niet.
Tom en Mary zongen.
Ze zongen juist.
Tom en Maria zongen samen kerstliederen.
We zongen kerstliedjes in de auto tot aan het huis van Tom.
Vogels zongen in de hemel.
De vogels zongen zoals alleen vogels kunnen zingen op een heldere lenteochtend.