Lernen Sie, wie man maat in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 42 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Weet u uw maat?
Weet u welke maat u hebt?
Ik zoek een jas in mijn maat.
"De maat is vol!" zei de waard boos terwijl hij mijn glas nog een laatste keer vol schonk.
Deze schoen is een maat groter.
Heeft u dat in mijn maat?
Ze heeft maat vier.
Meet niet alles met dezelfde maat.
Welke maat zijn deze schoenen?
Geef me er een in maat M alstublieft.
Ik weet niet zeker welke maat ze heeft.
Ik had een grote maat.
Deze jas heeft de ideale maat voor mij.
De schoen die één perfect past, knelt bij de ander. En zo heeft iedereen ook zijn maat van een bevredigend leven.
Het pak is op maat gemaakt.
De kabels zijn op maat gemaakt.
Alle kabels worden nu op maat gemaakt.
De kabels werden toen niet op maat gemaakt.
De kabels worden thans op maat gemaakt.
De kabels zullen binnenkort op maat gemaakt worden.
Alles goed, maat?
Bedankt, maat!
Kokkinakis heeft je vriendin genaaid. Het spijt me dat je dat moet horen, maat.
Heb je deze schoenen in mijn maat?
Heeft u deze schoenen in mijn maat?
Hebben jullie deze schoenen in mijn maat?
Heeft u een grotere maat?
Heb je een grotere maat?
Hebben jullie een grotere maat?
Ik kan veel hebben maar ooit is de maat vol.
Wat een gaaf verhaal, maat.
Hey, maat.
Tom heeft een jas in de verkeerde maat gekocht.
Tom heeft per ongeluk een jas in de verkeerde maat gekocht.
Veel vrouwen kopen schoenen een maat te klein, omdat ze dat mooier vinden.
Het jasje zit op maat.
Het is niet mijn maat.
Hallo, maat.
Ik wou dat ik een maat groter had gekocht.
Wat is uw maat?
De schoenen hebben dezelfde maat.
Ik ken mijn maat.