Lernen Sie, wie man kalf in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 11 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Als het kalf verdronken is, dempt men de put.
Een kalf ging weg, een rund kwam weer.
Een veulen is een onvolwassen paard; een kuiken, een onvolwassen kip; een kalf, een onvolwassen rund; een vogeljong, een onvolwassen vogel.
Daar ligt het kalf gebonden.
Hij is zo dom als een kalf.
Tom brandmerkte het kalf.
Het kalf werd vanochtend geboren.
De koe vergat dat ze ooit een kalf was.
De koe is vergeten dat ze ooit een kalf was.
Het kalf dat net geboren is, heeft moeite met opstaan.
Daar ligt het kalf gebonden!