Lernen Sie, wie man haai in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 9 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Hij werd aangevallen door een haai.
De haai is niet verwant aan onze gewone hond.
Een haai is een vis, terwijl een dolfijn een zoogdier is.
"Kijk daarheen, papa, een haai!" "Dat is een walvis, Tom."
Wauw! Is dat een haai?
Tom werd aangevallen door een haai.
Een haai viel Tom aan.
Een haai heeft Tom aangevallen.
De haai at de octopus op.