Lernen Sie, wie man dapper in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 29 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Hoewel ze een meisje is, is ze dapper.
Ge zijt heel dapper.
Ze was dapper.
Hij was dapper.
Hij was een dapper soldaat.
Ze was een kind, maar ze was dapper.
Je bent zo dapper!
Voor iemand die dapper is, is elke dierentuin een kinderboerderij.
Tom was dapper.
Dat was dapper!
Ze was dapper, ook al was ze nog maar een kind.
Zij was een dapper soldaat.
Ook al was ze een vrouw, ze was dapper.
Jij bent dapper.
Wees dapper!
Tom is dapper.
Hij schepte erover op hoe dapper hij toch was.
Ik ben dapper.
Ik weet dat je erg dapper bent.
Tom is niet zo dapper als hij lijkt.
Tom is niet zo dapper als hij eruit ziet.
Je bent dapper.
De soldaten vochten dapper.
Tom was erg dapper.
Alle soldaten waren dapper.
De jongen sprong dapper van de klif in het water.
Zolang hij dapper blijft zal hij zich door het moeilijke werk weten te slepen.
Voor een meisje is ze erg dapper.
De haan is erg dapper in zijn tuin.