Lernen Sie, wie man dakloos in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 12 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Het is een goede dag om dakloos te zijn.
Tom is dakloos.
Hij is dakloos.
Ik was drie maanden dakloos.
Zijn jullie dakloos?
Zijn jullie allemaal dakloos?
Ik ben dakloos.
Wanneer je dakloos bent verlies je onderdak, voedsel en liefde.
Tom is blut en dakloos.
Ik was toen niet dakloos.
Ik weet niet hoe het is om dakloos te zijn.
Volgens mij zijn Tom en Mary nog steeds dakloos.