Denk niet bij het laatste vel: wie na mij komt, die redt het wel.
Men kan een kei het vel niet afstropen.
Verkoop het vel van de beer niet voor hij geschoten is.
Verkoop het vel van de beer niet vooraleer hij geschoten is.
Ik vel bomen.
Je moet het vel van de beer niet verkopen voor hij geschoten is.
Teken op dit vel wat jullie verwachten van de toekomst.
Er ligt een boek, een potlood en een vel papier op tafel.
Geef me een vel papier.
De politieagent legde een vel papier voor hem neer.
Gebruik een keukenschaar om het vel van de kip te verwijderen.
Zit je goed in je vel?
Hij springt bij het minste of geringste uit zijn vel.
Hij had uit een lade een kleine, vergeelde cilinder gepakt en terwijl hij het plakband losmaakte, overhandigde hij mij een kort briefje, gekrabbeld op een half vel leigrijs papier.
Geef me een leeg vel papier.
Tom schreef iets op een vel papier.
Schrijf je doelen op een vel papier.
Schrijf je opmerkingen op een vel papier.
Je word fitter van bewegen en het verbetert je conditie. Zo zit je lekkerder in je vel.
Ik zit niet zo ontzettend lekker in mijn vel.