Ik weet hoe men een appel schilt.
Ik weet hoe je een appel schilt.
Hij schilt de aardappels en zij snijdt ze in stukken.
Ze schilt de aardappel.
Hij schilt zijn appel.
Hij schilt haar appel.
Ze schilt de aardappelen.
Tom schilt appels nooit voordat hij ze eet.