De kinderen pakten hun schaatsen en gingen richting de bevroren vijver.
Na een hele middag schaatsen had ze trek in een lekkere kom hete snert.
Pak je schaatsen. Het meer is bevroren.
Hoe goed kan je schaatsen?
Kan je schaatsen?
Ze gingen samen schaatsen.
Vergeet je schaatsen niet.
Schaatsen is één van mijn hobby's.
Welke is makkelijker, skiën of schaatsen?
Schaatsen op het meer is gevaarlijk.
Ik ging schaatsen op het meer.
Wat is makkelijker, skiën of schaatsen?
Zijn jij en Tom ooit eens gaan schaatsen?
Ben je een beetje goed in schaatsen?
Wat vind je leuker, schaatsen of skeeleren?
Bezit je een paar schaatsen?
Ben je goed in schaatsen?
Tom heeft een nieuw paar schaatsen gekocht.
Vandaag ga ik niet schaatsen.
Denk je dat de vijver genoeg bevroren is om erop te schaatsen?
Tom had echt geen zin om te gaan schaatsen.
Kun je schaatsen?
Kunt u schaatsen?
Kunnen jullie schaatsen?
Ze kan schaatsen.
Het ijs is te dun om op te schaatsen.
Houdt je broer van schaatsen?
Tom en Maria gingen schaatsen.
Tom deed zijn schaatsen aan.
Maria deed haar schaatsen aan
Hij deed zijn schaatsen aan.
Zij deed haar schaatsen aan.
Zij deden hun schaatsen aan.
Tom huurde een paar schaatsen.
Jullie schaatsen op heel dun ijs.
Het ijs is stevig genoeg om te schaatsen.
Is het ijs dik genoeg om te schaatsen?
Schaatsen is mijn favoriete wintersport.
Ik wil goed zijn in schaatsen.
Tom en Maria deden hun schaatsen aan.
Tom en ik zijn een paar dagen geleden gaan schaatsen.
Ik kan vandaag niet gaan schaatsen, want ik heb veel huiswerk.
Schaatsen is best leuk.
We hebben genoten van het schaatsen.
We genoten van het schaatsen.
Laten we gaan schaatsen.
Ik wil gaan schaatsen.
Na het ongeluk besloot Tom te stoppen met schaatsen.
Is het veilig om op dit meer te schaatsen?
Vroeger ging ik vaak op het meer schaatsen.
Ga je met hem schaatsen?