Frieten, ook friet of patat genoemd, zijn gebakken vingervormige stukjes aardappel. Ze komen oorspronkelijk uit België en worden nu over de hele wereld gegeten als bijgerecht of als tussendoortje.
Ik neem de vis met patat.
Wat patat, alsjeblieft.
Iedereen houdt van patat.
Ik hou van patat.
Sami at patat.
Tom houdt van pizza en patat.
Hij maakte patat.
We bestelden patat en frisdrank.
Sami bestelde patat, kippenvleugels en oesters.
Ik vroeg om extra zout op mijn patat.
Tom eet het liefst patat met ketchup.
Ik heb gisteren veel patat gegeten.
Tom eet patat uit een zak.
Belgen beweren dat patat niet Frans maar Belgisch is.
Bij tankstations langs autosnelwegen in Duitsland eten veel mensen curryworst met patat.
Ik hou van patat met ketchup.
Sami at wat kip en patat.
Tom at een hamburger met patat.
Ik at patat.
Ik heb patat gegeten.
Ik ga naar de snackbar om frikandellen, kroketten en een zak patat te kopen.
Wie wil er patat?
Ik heb zin in patat.
Hebben jullie zin in patat?
Hebben ze hier wel patat?
Tom was patat aan het bakken.
Tom dipte zijn patat in de ketchup.
Zit daar patat bij?
Is dat met patat?
Een grote patat, alstublieft.
Zullen we zelf patat maken, toch?