Дізнайтеся, як використовувати bruid у реченні нідерландська. Понад 15 ретельно відібраних прикладів із перекладами. Працює на Mate.
Ze is gekleed als een bruid.
De vader van de bruid kwam te laat op het huwelijk.
Hij is de vader van de bruid.
U mag nu de bruid kussen.
Plotseling barstte de bruid in lachen uit.
Zij is een bruid.
Daar komt de bruid!
De bruidegom draagt een zwart pak, de bruid een witte jurk.
Lang leve de bruid en bruidegom!
De bruid gooide haar trouwjurk af en deed haar turnpakje aan voor het dansen.
De schoonheid van de bruid is de helft van de bruidsschat.
De metgezellen en de bruidegom strijden om de bruid te prijzen.
De bruid en bruidegom zijn aan het praten als de broers van de bruid verschijnen.
De bruid lachte plotseling.
De bruid uit Istanbul is gearriveerd.