Узнайте, как использовать telefoon в предложении на нидерландский. Более 100 тщательно отобранных примеров с переводами. Работает на Mate.
Wie heeft de telefoon uitgevonden?
Перевести с нидерландский на английский
Er is telefoon voor je.
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon ging een paar keer over.
Перевести с нидерландский на английский
Ik ben aan de telefoon.
Перевести с нидерландский на английский
Zou ik je telefoon mogen gebruiken?
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon deed het weer niet.
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon is uitgevonden door Bell in achttien zesenzeventig.
Перевести с нидерландский на английский
"De telefoon gaat over." "Ik zal hem wel opnemen."
Перевести с нидерландский на английский
Deze telefoon doet het niet.
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon rinkelde herhaaldelijk.
Перевести с нидерландский на английский
Kan ik van de telefoon gebruikmaken?
Перевести с нидерландский на английский
Ik hoorde de telefoon rinkelen.
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon doet het niet.
Перевести с нидерландский на английский
"Wacht even," zei Dima, terwijl hij zijn telefoon tevoorschijn haalde, "ik weet iemand die me wel wat geld zou kunnen lenen."
Перевести с нидерландский на английский
"Walakoem-oes-salaam, Al-Sayib!" antwoordde Dima, maar zette het geluid van zijn telefoon deze keer wat harder, om te voorkomen dat dit een dubbele zin zou worden. "Wat doe jij tegenwoordig?"
Перевести с нидерландский на английский
Mag ik je telefoon gebruiken?
Перевести с нидерландский на английский
Toen ik aan mijn middagmaal bezig was, ging de telefoon.
Перевести с нидерландский на английский
Mijn vader zou juist weggaan, als de telefoon ging.
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon rinkelde, toen ik binnenkwam.
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon was juist aan het bellen, nietwaar?
Перевести с нидерландский на английский
Heb je de prijs van deze telefoon gezien? Hij kost stukken van mensen!
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon rinkelt.
Перевести с нидерландский на английский
Ik heb per telefoon een pizza besteld.
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon kan hinderlijk zijn.
Перевести с нидерландский на английский
Hebt gij geen telefoon in uw auto?
Перевести с нидерландский на английский
Waar is de dichtstbijzijnde telefoon?
Перевести с нидерландский на английский
Ik heb hem daarover gesproken met de telefoon.
Перевести с нидерландский на английский
Terwijl ik in bad zat, belde de telefoon.
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon ging behoorlijk lang over.
Перевести с нидерландский на английский
Is er ergens een telefoon?
Перевести с нидерландский на английский
Ze bespraken het via de telefoon.
Перевести с нидерландский на английский
Bell vond de telefoon uit.
Перевести с нидерландский на английский
Neem de telefoon op, alsjeblieft.
Перевести с нидерландский на английский
Ik sprak met haar via de telefoon.
Перевести с нидерландский на английский
Ik keek naar de televisie toen de telefoon belde.
Перевести с нидерландский на английский
Ik heb een telefoon op mijn kamer.
Перевести с нидерландский на английский
De telefoon bleef bellen.
Перевести с нидерландский на английский
Ik sprak met hem via de telefoon.
Перевести с нидерландский на английский
Is er een telefoon in de buurt?
Перевести с нидерландский на английский
Wie was de uitvinder van de telefoon? Was het Bell of Meucci?
Перевести с нидерландский на английский
Als de telefoon opnieuw gaat, wil ik hem negeren.
Перевести с нидерландский на английский
Heb je gezien hoeveel deze telefoon kost? Dat is een rib uit mijn lijf!
Перевести с нидерландский на английский
Hij stond op het punt weg te gaan toen de telefoon ging.
Перевести с нидерландский на английский
Ze stond op om de telefoon op te nemen.
Перевести с нидерландский на английский
Neem de telefoon op.
Перевести с нидерландский на английский
Het bad liep over terwijl ze aan de telefoon was.
Ik praat met haar over de telefoon.
De telefoon bleef rinkelen.
Mag ik jouw telefoon gebruiken?
Ik wou net naar buiten gaan, toen de telefoon ging.
De telefoon ging juist toen zij op het punt stond te vertrekken.
Tom schepte op over zijn nieuwe telefoon.
De iPhone is een buitengewone mobiele telefoon.
Wie heeft de telefoon beantwoord?
Tom kan nu niet naar de telefoon komen.
Ze stond op om de telefoon te beantwoorden.
Ik had nog niet opgehangen of de telefoon ging alweer over.
Het is mij verboden deze telefoon te gebruiken.
Ik zoek mijn telefoon.
Ik was nog maar net thuis en toen ging de telefoon.
Er is telefoon voor u.
Mijn telefoon is handig in het gebruik.
"Stoort het u als ik uw telefoon gebruik?" "Neen, doet u maar."
De telefoon staat roodgloeiend.
De batterij van mijn telefoon werkt niet meer.
Je kunt via de telefoon met een tolk spreken.
Ik belde hem, maar een meisje nam de telefoon op.
Hij is simpel in gebruik en ik heb voor een telefoon met gewone toetsen gekozen.
Ik moet mijn telefoon opladen.
De telefoon ging weer.
De telefoon ging opnieuw.
Mijn telefoon moet opgeladen worden.
Mijn mobiele telefoon stond uit.
Geef me je mobiele telefoon.
Zijn mobiele telefoon staat uit.
Deze mobiele telefoon is heel duur.
Ik ben ook mijn mobiele telefoon kwijtgeraakt.
Tom gaat nooit ergens heen zonder zijn telefoon.
Zowel Tom als Maria zijn aan de telefoon.
Dat is de telefoon van Tom.
Hoe vaak gebruik jij je telefoon?
Kun je je telefoon opladen? Ik wil iemand bellen.
Mag ik je mobiele telefoon even lenen?
Kan je de telefoon aannemen als er wordt gebeld wanneer ik er niet ben?
Ik heb pizza besteld met de telefoon.
Ik heb Toms telefoon vanochtend geleend.
Ik laad mijn telefoon op met een telefoonoplader.
Ik moet mijn telefoon nog opladen.
Mijn telefoon is bijna leeg.
Ik laat mijn telefoon nog heel even opladen.
Mijn mobiele telefoon viel op de vloer.
Ik heb internet op mijn telefoon.
Laat het me per telefoon weten.
Tom wou aan de telefoon niet daarover praten.
Tom, telefoon!
Tom, telefoon voor je!
Tom was blij om Mary's stem door de telefoon te horen.
Ik kon je niet bellen. De telefoon was buiten gebruik.
Ik kon je niet bellen. De telefoon was kapot.
Mijn mobiele telefoon was gestolen.