Apprenez à utiliser gewend dans une phrase en Néerlandais. Plus de 100 phrases d'exemple sélectionnées avec traductions. Adapté au mobile et gratuit. Propulsé par Mate.
Vroeger waren de mensen gewend te voet te reizen.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben eraan gewend.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben niet gewend voor publiek te spreken.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Je zal binnenkort gewend zijn aan Japans voedsel.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ze is gewend aan een leven in eenzaamheid.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Zij is gewend laat op te blijven.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Hij legde de sleutel op de tafel, zoals hij gewend was.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Jim is het nog niet gewend van aan de linkerkant van de weg te rijden.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
We zijn het gewend om schoenen te dragen.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik was gewend om bier te drinken.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben gewend aan een koud klimaat.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Deze vissen zijn gewend aan hoge druk en aan de afwezigheid van licht.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
De mensen hier zijn de kou gewend.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ben je gewend geraakt aan het leven in het studentenhuis?
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Je zult snel gewend zijn aan het stadsleven.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Maar ik raak er wel aan gewend weer blond te zijn.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben het niet gewend 's avonds laat op te blijven.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ben je al gewend aan Japans eten?
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben het gewend 's avonds laat op te blijven.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik was gewend aan de hitte.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Zij was gewend om bier te drinken.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ben je er al aan gewend geraakt om in Boston te wonen?
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben eraan gewend dat ik word uitgelachen.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben niet gewend om koffie zonder suiker te drinken.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Omdat hij niet gewend was op mocassins te lopen, had hij op het schelpenpad wel wat last van zijn voeten.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Zij was gewend zakenbrieven te schrijven.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben niet gewend aan dit soort werk.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Hij is aan zijn nieuwe leven gewend.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben gewend om voor mezelf te koken.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
De aardlingen raken maar niet gewend aan de minder grote zwaartekracht op Mars.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Tom is het gewend om te winnen.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Het zal een paar weken duren om gewend te raken aan het dragen van een pruik.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben niet gewend aan deze hitte.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Hij raakte snel gewend aan zijn nieuwe omgeving.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben gewend aan het lawaai.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben het lawaai gewend.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Hij is gewend om vroeg op te staan.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben eraan gewend om een vrachtwagen te besturen.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
De vogels raakten snel gewend aan de gevulde vogelverschrikker.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Deze mannen zijn het harde werken gewend.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Zij is eraan gewend alleen te leven.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben er nu aan gewend.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ik ben dit soort dingen niet gewend.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Ze is eraan gewend zelf te koken.
Traduire du Néerlandais vers le Anglais
Tom is er niet aan gewend om op blote voeten te lopen.
Ik ben het niet gewend om vroeg op te staan.
Soldaten zijn aan gevaar gewend.
We zijn eraan gewend niet thuis te zijn.
Ik ben aan zoiets gewend.
Ben je gewend aan het wonen in een studentenhuis?
Ik ben eraan gewend vroeg wakker te worden.
Ik ben het niet gewend om rode wijn te drinken.
Ik ben gewend geraakt aan de hitte.
Ik ben aan de hitte gewend geraakt.
Tom is er gewend aan dingen op die manier te doen.
Bob raakte aan zwaar werk gewend.
Je zult snel aan je nieuwe leven gewend raken.
Je raakt eraan gewend.
We zijn eraan gewend.
Ik ben het niet gewend om zo onbeleefd toegesproken te worden.
Hij is gewend om te reizen.
Ik ben eraan gewend en je zult er ook aan wennen.
Ik ben het gewend om alleen te wonen.
Ik ben het gewend om vroeg op te staan.
De Britten zijn het gewend om in de rij te staan.
Ik ben niet gewend om ze veel te zien.
Ben je er gewend aan geraakt?
Hij was het niet gewend om alleen te slapen.
Ik ben het niet gewend om in de schijnwerpers te staan.
We zijn gewend aan het leven in de grote stad.
Ik ben het gewend om de hele nacht door te werken.
Ik ben het niet gewend om toespraken in het openbaar te houden.
Het jongetje is het gewend om met volwassenen te praten.
Sorry, ik ben het niet gewend om een priester met gevoel voor humor te zien.
Ik ben er nooit aan gewend geraakt.
Ik ben gewend aan lage temperaturen.
Matrozen zijn aan de zee gewend.
Het zal een tijdje duren voordat je hieraan gewend bent.
De lokale inwoners zijn gewend aan de koude.
Mijn vader is gewend om te reizen.
Uiteindelijk raakten we gewend aan de kou.
Tom is nog steeds niet gewend aan het stadse leven.
Tom is nog steeds niet gewend aan het leven in de stad.
Ik ben niet gewend om te verliezen.
Mary is niet gewend aan haar nieuwe baan.
Maak je er geen zorgen over. Ik ben het nu gewend om dit alleen te doen.
Tom is de hitte gewend.
Yanni was er niet aan gewend.
Ze zijn eraan gewend hun zin te krijgen.
Tom is het niet gewend om op blote voeten te lopen.
Ik ben gewend om met dit soort problemen om te gaan.
Ik ben gewend om te spreken in het openbaar.
Sami raakte gewend aan het beantwoorden van de kantoortelefoon.
Dat is wat Tom en ik gewend zijn om te doen.
Tom zei dat hij dat gewend was.
Dat ben ik niet gewend.
Daar ben ik niet aan gewend.
Hij is gewend om snel te eten.
Ik ben het gewend.
Het is niet super makkelijk te gebruiken, maar je raakt er aan gewend.