Aprenda a usar nam en una frase en neerlandés. Más de 100 frases de ejemplo seleccionadas a mano con traducciones. Gratis y adaptado a móviles. Con la tecnología de Mate.
Hij nam zijn pen en begon te schrijven.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik nam contact op met m'n ouders.
Traducir de neerlandés a inglés
De professor die het woord nam, is van de Universiteit Boekarest.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam de zware doos van de plank.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik nam niet deel aan het gesprek.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik nam twee kopjes koffie.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam een stuk krijt.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam een spiegel en keek naar zijn tong.
Traducir de neerlandés a inglés
"Fanta drinken en noobs vertellen dat ze hun kop moeten houden," antwoordde Al-Sayib, terwijl hij een slokje van de eerdergenoemde Fanta nam. "Wacht even, met wie spreek ik?"
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam afscheid en vertrok.
Traducir de neerlandés a inglés
Zij nam een balpen uit haar zak.
Traducir de neerlandés a inglés
Ze nam mijn hand.
Traducir de neerlandés a inglés
De assistent nam het geld.
Traducir de neerlandés a inglés
De medewerker nam het geld.
Traducir de neerlandés a inglés
Zij nam deel aan een schoonheidswedstrijd.
Traducir de neerlandés a inglés
Zijn hand beefde toen hij de vulpen nam om te ondertekenen.
Traducir de neerlandés a inglés
De dokter nam mijn pols.
Traducir de neerlandés a inglés
Terwijl hij de bus verliet, nam hij luidop afscheid van mij.
Traducir de neerlandés a inglés
Ze glimlachte en nam afscheid.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik nam Ana voor haar zuster.
Traducir de neerlandés a inglés
De vervulling van die opdracht nam veel tijd in beslag.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam deel aan het debat.
Traducir de neerlandés a inglés
Toen hij mij zag, nam hij zijn hoed af en groette mij.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam mij aan de kant om iets in mijn oor te fluisteren.
Traducir de neerlandés a inglés
Ze nam haar boek.
Traducir de neerlandés a inglés
Vader nam zijn plaats in aan het hoofd van de tafel.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam me bij de hand.
Traducir de neerlandés a inglés
Ze nam een bloem uit de vaas en gaf ze aan mij.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam afscheid van ons, en vertrok.
Traducir de neerlandés a inglés
De politieman nam de jongen het mes af.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik nam een foto van mijn familie.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik nam hem in vertrouwen.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam weerwraak.
Traducir de neerlandés a inglés
Daar de bus te laat was, nam ik een taxi.
Traducir de neerlandés a inglés
Ze zei dat ze elke ochtend een douche nam.
Traducir de neerlandés a inglés
Bill nam zijn kleine broer mee naar de dierentuin.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik nam bus 61.
Traducir de neerlandés a inglés
Brian nam wat rozen.
Traducir de neerlandés a inglés
Brian nam een paar rozen.
Traducir de neerlandés a inglés
Ze nam de taxi naar het museum.
Traducir de neerlandés a inglés
In de zomervakantie nam ik mijn belangrijkste maaltijd om middernacht.
Traducir de neerlandés a inglés
Jisjaj nam de uitnodiging onmiddellijk aan.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam geen scherm mee.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam geen paraplu mee.
Traducir de neerlandés a inglés
Tom nam de verkeerde bus.
Traducir de neerlandés a inglés
Ze nam een hap uit de appel.
Traducir de neerlandés a inglés
Hij nam me mee naar het station.
Traducir de neerlandés a inglés
De appeltaart van zijn tante was heerlijk, dus hij nam een tweede portie.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik nam een taxi, omdat de bus te laat was.
Tom nam Mary niet al te serieus.
Ik nam een taxi, omdat het regende.
Hij nam niet deel aan de discussie.
Wie nam de foto?
Hij nam afscheid van haar met een kus.
De vrachtwagen nam een scherpe bocht naar links.
Ik nam deel aan het feest.
Zij nam toevallig een bad.
Hij kon de grap van de arrogante meisjes niet waarderen, dus nam hij wraak.
Hij nam een foto van de koala.
Jay nam de oude schaar.
Hij nam zijn boeken bij elkaar.
Bij de pensionering van zijn vader nam hij de zaak over.
Hij nam een spiegel en bestudeerde aandachtig zijn tong.
Ik nam geen deel aan het gesprek.
Hij nam de taxi om er op tijd te komen.
Ik nam drie tabletten van een medicijn tegen verkoudheid voordat ik naar bed ging.
Hij nam de taxi om op tijd te komen.
Ik nam een taxi van het treinstation naar het hotel.
Ze ging languit in de sofa liggen, nam afscheid van haar lichaam en stortte zich in een onbekende, spirituele reis.
Mary nam het strijkijzer van de plank, wikkelde het elektrische koord los, deed de stekker van het strijkijzer in het stopcontact en koos een warmtestand.
Tom nam het sinaasappelsap uit de koelkast.
U nam Tom voor een idioot.
Nadat hij een peer gegeten had, nam hij een appel.
Hij nam zijn potlood en begon te schrijven.
Hij nam een nieuwe secretaresse aan.
Tom nam meer dan één foto, nietwaar?
Tom nam toch meer dan één foto?
Ik belde hem, maar een meisje nam de telefoon op.
Tom nam de afstandsbediening en zette de tv wat zachter.
Hij nam zijn kaars en ging slaperig naar bed.
Ze nam zijn boek.
Ze nam de taxi naar het ziekenhuis.
Dan nam vier slaappillen.
Ik nam het woord, want ik kon niet langer zwijgen.
Jaren geleden nam er zelfs een smurf deel aan het Esperanto-Wereldcongres.
Tom nam zijn hoge hoed af en stapte in zijn auto.
Tom nam zijn bril af, en legde hem op de nachttafel.
Ik nam aan dat er een geest zou verschijnen.
Tom nam even vijftien minuutjes pauze.
Tom nam vijftien minuten pauze.
Ik nam een taxi naar het treinstation.
Ook al had hij het druk, hij nam toch wat van zijn tijd om mij de stad te laten zien.
Hij nam zich voor om dagelijks in zijn dagboek te schrijven.
Ik zag een kans en ik nam ze.
Tom nam aan dat Maria niet bij het feestje zou zijn.
Hij nam per ongeluk de verkeerde trein.
Tom nam een binnenweg.
Ze nam een taxi.
Tom nam nog een slok.
Tom nam een van de sandwiches.