Aprenda a usar bespreken en una frase en neerlandés. Más de 60 frases de ejemplo seleccionadas a mano con traducciones. Gratis y adaptado a móviles. Con la tecnología de Mate.
Er is nog een vraag die we moeten bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Zullen we dit bespreken onder een kop koffie?
Traducir de neerlandés a inglés
Ik zal het probleem uitvoerig met je bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Alleen ga ik niet naar de cinema, want na de film wens ik die graag te bespreken met iemand.
Traducir de neerlandés a inglés
Ze bespreken het probleem.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik heb een urgente zaak met je te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Er is nog een andere kwestie die we moeten bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik zal dat met hem bespreken als hij nog eens komt.
Traducir de neerlandés a inglés
Tom heeft niemand om zijn problemen mee te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Laten we dat probleem later bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
We hebben zoveel te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Wat valt er te bespreken?
Traducir de neerlandés a inglés
Ik zou graag met jou iets bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik zou graag met jullie iets bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik zou graag met u iets bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik wou iets met u bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Wat zou jij met mij te bespreken hebben?
Traducir de neerlandés a inglés
Ik heb iets te bespreken met jullie moeder.
Traducir de neerlandés a inglés
We hebben veel te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Laten we het plan na school bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Laten we je idee bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik denk dat de tijd is aangebroken om de zaak met hem te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik denk dat de tijd is aangebroken om de zaak met haar te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik zou graag iets met u willen bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Het loont de moeite dit onderwerp te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Het is de moeite waard dit onderwerp te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Er is niets meer te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
We hebben nog voldoende tijd om het te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
We kunnen dit nu niet bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
We zullen het probleem morgen bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik kan dat niet met jou bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Je moet het eerst met je ouders bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Wat wil zij met mij bespreken?
Traducir de neerlandés a inglés
Het bedrijf heeft meerdere vertegenwoordigers gestuurd om de kwestie te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik denk dat het belangrijker is om mogelijke oplossingen te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
We hebben nog veel te bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
We bespreken deze kwestie later.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik zal het met mijn personeel bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik zou graag een paar details bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ze zullen het bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Ik ben lid geworden van een club op mijn school waar we onze culturen bespreken en meer te weten komen over de diverse wereld waarin we leven.
Traducir de neerlandés a inglés
We zouden dit later moeten bespreken.
Traducir de neerlandés a inglés
Wat waren jij en Tom aan het bespreken?
Traducir de neerlandés a inglés
Waarom bespreken we dat niet met Tom?
Traducir de neerlandés a inglés
We zullen dit onderwerp bespreken tijdens de vergadering.
Laten we dat niet hier bespreken.
Ik denk dat het momenteel geen zin heeft dat te bespreken.
Tom wil het niet bespreken.
Ik heb geen tijd om deze onzin te bespreken.
Laten we het probleem morgen bespreken.
Hij zei dat hij moet nou naar een ontmoeting, maar daarna zal hij komen en het probleem bespreken.
Tom ging naar Marias kantoor met de kans dat ze daar zou zijn, en dat was ze ook. "Ik ben echt blij dat ik je hier heb gevonden," zei hij, tevreden. "Er is iets belangrijks dat ik met je moet bespreken."
We moeten iets bespreken.
Laten we dit eerst met Tom bespreken.
We moeten iets dringends bespreken.
Ik ga dit niet met je bespreken.
Wij hebben belangrijke zaken te bespreken.
Kunnen we dit onder vier ogen bespreken?
We bespreken het probleem met hen morgen.
Ik werk thuis vandaag, maar we kunnen het ook even maandag bespreken