Learn how to use schaar in a Dutch sentence. Over 34 hand-picked example sentences with translations. Mobile-friendly and free. Powered by Mate.
Ik vraag mij af van wie de schaar is.
Geef mij de schaar alstublieft.
Deze schaar knipt niet goed.
Jay nam de oude schaar.
Ik heb een schaar nodig.
De kapper knipt het haar met een schaar.
De burgemeester knipte het lint doormidden met een enorme schaar.
Geef mij alstublieft de schaar.
Steen, papier, schaar.
Deze schaar knipt goed.
Deze schaar is nieuw.
Ze leende mijn schaar.
Waar is de schaar?
Kan ik jouw schaar lenen?
Kan ik uw schaar lenen?
Kan ik jullie schaar lenen?
De schaar is niet scherp.
Tom heeft Maria met een schaar gestoken.
Ik vraag me af wiens schaar dit is.
Geef me alsjeblieft de lijm en de schaar die in die doos zitten.
Ze viel hem aan met een schaar.
Hij sneed de navelstreng door met een schaar.
Breng me de schaar.
Tom knipte het felrode lint door met een gigantische schaar.
Ik kocht een schaar.
Ik heb een schaar gekocht.
De steen breekt de schaar. De schaar knipt het papier. Het papier pakt de steen in.
Dit is de schaar die Tom me geleend heeft.
De chirurg gebruikte zorgvuldig de medische schaar om nauwkeurig een incisie te maken tijdens de operatie.
Ziri heeft zichzelf met een schaar bevrijd.
Wanneer is de schaar uitgevonden?
Op het bureau ligt een schaar.
Er ligt een schaar op het bureau.
Tom weet dat het gevaarlijk is om met een schaar te spelen.