Learn how to use pardon in a Dutch sentence. Over 34 hand-picked example sentences with translations. Mobile-friendly and free. Powered by Mate.
Pardon, ik ben verdwaald.
Pardon.
Pardon, hoe laat is het?
Pardon. Kunt u me zeggen hoe ik bij het station kan komen?
Pardon, is die plaats bezet?
Pardon, waar is de taxistandplaats?
Pardon, ik heb een vraag.
Pardon?
Pardon!
Pardon?!
Pardon, is deze stoel nog vrij?
Pardon, hoe heet deze plaats?
Pardon, u heeft uw hoed laten vallen.
Pardon, ik passeer.
Pardon, waar is de metro?
Pardon, ik stond voor u in de rij.
Pardon. Hoe heet je?
Pardon, meneer. Heeft u vanavond gedronken?
Pardon, waar is de bibliotheek?
Pardon, kunt u dat herhalen?
Pardon, ik ben uw naam vergeten.
Pardon, waar is de uitgang?
Pardon, waar is het toilet?
Pardon, waar is het postkantoor?
Pardon, ik ben op zoek naar Tom.
Pardon, maar kunt u dat nog eens herhalen?
Pardon, ik ben een appel.
Pardon, spreekt u Spaans?
"Pardon, baas, gaan wij werken op de dag van de doden?" "Ben je dood?" "Nee." "Ga dan aan de slag."
Pardon, ik spreek geen Grieks.
Pardon, zou u mij de weg naar de bibliotheek kunnen vertellen?
Pardon, spreekt u Frans?
Pardon. Ik dacht niet dat dit jouw zitplaats was.
Pardon, kunt u de olie checken?