Learn how to use japanner in a Dutch sentence. Over 21 hand-picked example sentences with translations. Mobile-friendly and free. Powered by Mate.
Een Japanner zou zoiets niet doen.
"Ik ben Japanner", antwoordde de jongen.
Zijn vader is Japanner.
Ze weten niet dat ik een Japanner ben.
Haar vader is Japanner.
Ik ben Japanner, maar ik woon niet in Japan.
Hij is een rasechte Japanner.
Een Japanner zou zoiets niet gezegd hebben.
Hun vader is een Japanner.
Hij spreekt Japans als een Japanner.
Tom kent het verschil niet tussen een Japanner en een Chinees.
De ene is Japanner, de andere Italiaan.
Hij is een jonge Japanner.
U bent geen Japanner.
Dat zou een Japanner nooit doen.
Een Japanner zou zoiets nooit doen.
Het is een typische Japanner.
Ik ben Japanner, maar woon niet in Japan.
Ik ben Japanner.
Hij is Japanner.
„Ik ben Japanner”, zei de jongen.