Learn how to use basketballen in a Dutch sentence. Over 7 hand-picked example sentences with translations. Mobile-friendly and free. Powered by Mate.
Mike kan niet goed basketballen.
Ik kan niet zo goed basketballen als hij.
Ik zag hem basketballen.
We gaan basketballen.
Hij scheurde zijn kuitspier tijdens het basketballen.
De hele klas heeft me uitgelachen omdat ik niet wist hoe ik moest basketballen.
Ik heb Tom zien basketballen.