Lernen Sie, wie man zoen in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 12 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
Ze gaf hem een dikke zoen.
Een zoen zonder snor is als een ei zonder zout.
Als je mij een ijsje betaalt, dan geef ik je een zoen.
Ze gaf me plots een zoen.
Geef Tom een zoen.
Je bent me een zoen verschuldigd.
U bent mij een zoen verschuldigd.
Jullie zijn mij een zoen verschuldigd.
Geef me een zoen!
Geef me een dikke zoen, dan praten we er niet meer over.
Zoen hem.
Zoen haar.