Lernen Sie, wie man echtpaar in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 10 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
We zijn een echtpaar.
Waar is het jonge echtpaar?
Men onderzoekt of er enig verband bestaat tussen de scheiding van het echtpaar en de dood van Maria. Als er een bestaat, dan is Juan de voornaamste verdachte.
Wat hebben de nieuwe politici, die aan de macht kwamen na de executie van het echtpaar Ceaușescu, dan gedaan?
Het oude echtpaar had geen kinderen.
Voor mij is er niets zo hartverwarmend als een oud echtpaar dat hand in hand over straat loopt.
Dat echtpaar is voor elkaar geschapen.
Het bejaarde echtpaar had geen kinderen.
Het gepensioneerde echtpaar verhuisde vorig jaar naar het zuidwesten.
De man is Braziliaans, de vrouw is Russisch. Het echtpaar heeft twee kinderen. Ze spreken allemaal Portugees en Russisch.