Lernen Sie, wie man aaien in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 8 handverlesene Beispielsätze mit Übersetzungen. Kostenlos und mobilfreundlich.
We zijn niet hier gekomen om je je hond te zien aaien.
Laat je hond zich aaien?
Ik wil je aaien.
Ik ging naar de kat om haar te aaien, en toen nieste ze op me.
Tom laat mensen zijn hond niet aaien.
Mag ik het aaien?
Een kat of hond die je likt is het equivalent van jou aaien.
In dit spel kun je de katten aaien.