Дізнайтеся, як використовувати mager у реченні нідерландська. Понад 17 ретельно відібраних прикладів із перекладами. Працює на Mate.
Mijn zus is mager en ik ben aan de dikke kant.
De vrouw is mager.
Mijn oom is mager, maar mijn tante is dik.
Normaal ben ik mager, maar nu ben ik dik.
Je bent te mager. Je zou meer moeten eten.
Ik ben helemaal niet dik, alleen maar niet zo mager.
De Kerstman wordt meestal voorgesteld als een dikkerd. Hij is vrijwel nooit mager.
Mijn spaartegoed is mager.
Tom is mager.
Tom is nu mager.
Hij is mager.
Zij is mager.
Tom, je bent zo mager als een garnaal.
Tom, je bent zo mager als een stokvis.
Tom, je bent zo mager als een sprot.
Toen hij ziek was werd hij erg mager.
Tom is een mager jochie.