jezus kelimesini Felemenkçe bir cümlede nasıl kullanacağınızı öğrenin. 36'den fazla özenle seçilmiş örnek.
Jezus Christus bekeerde zich tot het boeddhisme.
Ik ben Jezus, die je vervolgt.
Jezus heeft buikspieren van staal.
Jezus veranderde water in wijn.
Jezus was een socialist.
Jezus was een timmerman.
Moslims geloven dat Jezus een boodschapper van God was.
Moslims geloven dat Jezus Gods boodschapper was.
De moslims noemen Jezus "Isa".
Jezus werd geboren in Bethlehem.
Jezus!
Jezus liep op water.
Jezus huilde.
Jezus was een kapitalist.
Moslims geloven in Jezus en Mohammed.
Jezus Christus!
Jezus haat je.
Jezus haat u.
Jezus haat jullie.
Jezus leeft!
Jezus houdt van je.
Jezus houdt van jullie.
Jezus houdt van u.
Bedankt, Jezus.
Hoe wordt Jezus afgebeeld in de Koran?
Jezus werd geboren in de tijd van koning Herodes.
Jezus antwoordde hen.
''Dat klinkt als een citaat van Jezus.'' – ''Maar dat is het niet!''
''Dat klinkt als een citaat van Jezus.'' – ''Maar het is er geen!''
Yanni heeft een schilderij van Jezus gemaakt.
Ik zal jou naar Jezus sturen.
Jezus is irritant.
Yanni beweert dat Jezus zwart was.
Pilatus vroeg wat de waarheid was, maar Jezus antwoordde niet.
De Latijnse inscriptie INRI betekent „Jezus van Nazareth, Koning der Joden”.
Jezus was een Jood.