jazeker kelimesini Felemenkçe bir cümlede nasıl kullanacağınızı öğrenin. 8'den fazla özenle seçilmiş örnek.
Jazeker.
"Je hebt toch vrienden?" "Jazeker."
"Mag ik binnenkomen?" "Jazeker."
Jazeker. Komt eraan.
Jazeker!
"Houdt hij van muziek?" " Jazeker."
"Dat klopt niet!" "Jazeker, dat klopt wel."
"Heeft ze een horloge gekocht?" "Jazeker."