homo kelimesini Felemenkçe bir cümlede nasıl kullanacağınızı öğrenin. 33'den fazla özenle seçilmiş örnek.
Het Christus-drieluik van de wereldberoemde Hongaarse schilder Mihály Munkácsy bestaat uit de schilderijen "Christus vóór Pilatus", "Golgotha" en "Ecce Homo".
Ik ben geen homo, maar mijn vriend is het wel.
Ik ben geen homo, maar de vriend waarmee ik samenleef is het wel.
Hij is zo homo.
Zo wat als ik homo ben? Is dat een misdaad?
Ik ben homo, en wat dat nog?
Tomas is homo.
Wanneer de toekomstige generaties zullen leren, dat wij onze kostbare bomen hebben omgehakt, zodat wij met die onze kontjes zouden kunnen afvegen, ze zouden nooit geloven dat wij bij de ras homo sapiens horen.
Hij is homo.
„Ben je hetero of homo?” – „Ik ben hetero.”
Wist je niet dat Tom homo is?
Wanneer Tom eindelijk besloot om uit de kast te komen, wist iedereen al dat hij homo was.
Er is niet mis mee om homo te zijn.
Ik ben homo.
Bent u homo?
Ze werd verliefd op een homo-man uit de sportschool.
Ik hou van hem, maar hij is homo.
Wist je dat Tom homo is?
Joshua is homo.
Ik kwam er later achter dat hij homo was.
Hoe kan het dat alle schattige jongens homo zijn?
Zou het een misdaad zijn als ik homo was?
Ik denk niet dat hij homo is. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen.
Homo.
Tom is ofwel homo of biseksueel, denk ik.
Tom is openlijk homo.
Sami was openlijk homo.
Ook Sami is homo.
Zijn moeder weet niet dat hij homo is.
God is homo.
Yanni is een Homo Sapiens.
Ik ben geen homo.
Ik identificeer mij als homo.