zegen kelimesini Felemenkçe bir cümlede nasıl kullanacağınızı öğrenin. 9'den fazla özenle seçilmiş örnek.
Kinderen zijn een zegen.
Onze vlijtige collega's zullen niet moe worden van het vredeswerk, tot de mooie droom van het mensdom voor eeuwige zegen verwezenlijkt worden zal.
Het is een zegen in goede gezondheid te verkeren.
Dit is zowel een zegen als een vloek.
Zegen me, vader, ik heb gezondigd of ik zal zondigen.
Onschuld is meestal een zegen en geen deugd.
“God zegen je!” “Ik ben atheïst.”
Wat een zegen!
Ik ontvang de zegen dit jaar.