wandel kelimesini Felemenkçe bir cümlede nasıl kullanacağınızı öğrenin. 18'den fazla özenle seçilmiş örnek.
Ik wandel graag in de natuur.
Ik wandel elke morgen.
Ik wandel liever dan dat ik rijd.
Wandel elke dag.
Ik wandel graag in de regen.
Ik wandel graag.
Ik wandel veel in de vakantie.
Het liefst wandel ik in een heuvelachtig terrein.
Ik fiets liever dan dat ik wandel.
Wandel alsjeblieft niet zo snel. Ik kan je niet bijhouden.
Ik wandel graag alleen.
Ik wandel altijd.
Wandel langzaam.
Wandel je?
Ik wandel elke dag.
Het leven: je staat op, je loopt in het gareel, vervolgens zet je het op een drafje, dan vlieg je in een wilde galop, daarna draaf je, vervolgens wandel je, en dan ga je weer liggen.
Ik wandel graag naar mijn werk.
Ik wandel graag naar school.