Learn how to use lafaard in a Dutch sentence. Over 21 hand-picked example sentences with translations. Mobile-friendly and free. Powered by Mate.
Ondanks al z´n opschepperij is het een lafaard.
Hij is een grote lafaard.
Ik heb van die lafaard gewonnen.
Je bent een lafaard.
Je bent gewoon een lafaard.
Niemand denkt dat je een lafaard bent.
Je bent geen lafaard.
Hij is een lafaard.
Wat een lafaard!
Ik ben het soort lafaard dat niet in staat is genoeg moed bij elkaar te vatten om de waarheid te ontdekken.
Noemen jullie me een lafaard?
Trek je zwaard uit, lafaard !
Tom is een lafaard.
Tom is geen lafaard.
Ik was vroeger nogal een lafaard. En dat ben ik nog steeds.
Vroeger was ik nogal een lafaard. En dat ben ik nog steeds.
Ik ben geen lafaard.
Ik denk dat Tom een lafaard is.
Kom terug hier, je lafaard.
Lafaard!
In één woord, hij is een lafaard.